WIA: de wet achter de uitkering
De Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) regelt de uitkering voor werknemers die na twee jaar ziekte nog steeds arbeidsongeschikt zijn. De WIA kent twee regelingen: de WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten) en de IVA (Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten). Welke regeling voor u geldt, hangt af van uw arbeidsongeschiktheidspercentage.
WGA: gedeeltelijk of tijdelijk volledig arbeidsongeschikt
De WGA is bedoeld voor mensen die 35% of meer arbeidsongeschikt zijn maar nog (gedeeltelijk) kunnen werken, of voor mensen die volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt zijn. De WGA-uitkering bestaat uit drie fasen:
- Loongerelateerde uitkering: de eerste fase, gebaseerd op uw laatst verdiende loon (70%). De duur hangt af van uw arbeidsverleden.
- Loonaanvulling: als u na de loongerelateerde fase meer dan 50% van uw verdiencapaciteit benut.
- Vervolguitkering: als u minder dan 50% van uw verdiencapaciteit benut. Deze is gebaseerd op het minimumloon.
IVA: volledig en duurzaam arbeidsongeschikt
De IVA is bedoeld voor mensen die volledig (80-100%) en duurzaam arbeidsongeschikt zijn. Duurzaam betekent dat er geen of nauwelijks kans op herstel is. De IVA-uitkering bedraagt 75% van het laatst verdiende loon (tot het maximum dagloon) en duurt tot aan de AOW-leeftijd. Er zijn geen re-integratieverplichtingen.
Het verschil maakt uit
Het verschil tussen WGA en IVA is groot: de IVA biedt een hogere en stabielere uitkering zonder re-integratieverplichtingen. Bij de WGA wordt u regelmatig herkeurd en moet u meewerken aan re-integratie. Als u vindt dat u ten onrechte een WGA-uitkering krijgt in plaats van IVA, kunt u bezwaar maken bij het UWV.
Bezwaar en beroep
Als u het niet eens bent met de WIA-beslissing, kunt u binnen zes weken bezwaar maken. Arslan Advocaten beoordeelt uw situatie en helpt u bij bezwaar- en beroepsprocedures tegen het UWV om de juiste uitkering te verkrijgen.
