Wat is een bestuurlijke boete?
Een bestuurlijke boete is een sanctie die door een bestuursorgaan wordt opgelegd als reactie op een overtreding van een wettelijk voorschrift. In tegenstelling tot een strafrechtelijke boete wordt een bestuurlijke boete niet door de rechter opgelegd, maar door het bestuursorgaan zelf. De regeling van de bestuurlijke boete is vastgelegd in titel 5.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Bestuurlijke boetes komen voor op diverse rechtsgebieden, waaronder de sociale zekerheid, het belastingrecht, het milieurecht en het arbeidsrecht. De Inspectie SZW kan bijvoorbeeld boetes opleggen bij overtredingen van de Arbeidsomstandighedenwet of de Wet arbeid vreemdelingen.
Wanneer mag een bestuursorgaan een boete opleggen?
Een bestuursorgaan mag alleen een bestuurlijke boete opleggen als daarvoor een wettelijke grondslag bestaat (artikel 5:4 Awb). De overtreding moet vaststaan en het bestuursorgaan draagt de bewijslast. Op grond van artikel 5:41 Awb mag geen bestuurlijke boete worden opgelegd als de overtreder geen verwijt kan worden gemaakt.
Bij het bepalen van de hoogte van de boete moet het bestuursorgaan rekening houden met het evenredigheidsbeginsel (artikel 5:46 Awb). De boete moet in verhouding staan tot de ernst van de overtreding en de omstandigheden van het geval. Een te hoge boete kan in bezwaar of beroep worden verlaagd.
Bezwaar maken tegen een bestuurlijke boete
Als u het niet eens bent met een bestuurlijke boete, kunt u binnen zes weken na de bekendmaking bezwaar maken bij het bestuursorgaan dat de boete heeft opgelegd (artikel 6:7 Awb). Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd zijn.
Tijdens de bezwaarprocedure wordt de zaak opnieuw beoordeeld. U heeft het recht om te worden gehoord en kunt aanvullende argumenten en bewijzen aandragen. Het is raadzaam om u in de bezwaarprocedure te laten bijstaan door een advocaat.
Beroep bij de bestuursrechter
Als het bezwaar wordt afgewezen, kunt u binnen zes weken beroep instellen bij de bestuursrechter. De rechter toetst of het bestuursorgaan de boete terecht en op de juiste wijze heeft opgelegd. De rechter kan de boete vernietigen, verlagen of in stand laten.
Bij de bestuursrechter geldt de onschuldpresumptie op grond van artikel 6 EVRM. Dit betekent dat het bestuursorgaan moet bewijzen dat u de overtreding heeft begaan. Als het bewijs onvoldoende is, wordt de boete vernietigd.
Schorsing van de boete
Het indienen van bezwaar schorst de werking van de boete niet automatisch. U kunt echter een voorlopige voorziening aanvragen bij de voorzieningenrechter (artikel 8:81 Awb) om de betaling van de boete uit te stellen totdat op het bezwaar is beslist. Dit is vooral van belang bij hoge boetes die de financiele situatie ernstig beinvloeden.
Arslan Advocaten staat u bij
Bij Arslan Advocaten hebben wij ruime ervaring met het aanvechten van bestuurlijke boetes. Wij beoordelen of de boete terecht is opgelegd, stellen een bezwaarschrift op en vertegenwoordigen u in beroep bij de bestuursrechter. Neem tijdig contact met ons op, zodat wij de bezwaartermijn niet missen.
